Huisdieren
Dieren zonder ruggraat heten ongewervelden. Deze enorme, diverse groep maakt meer dan 95% van alle diersoorten uit.
1. Porifera (Sponsen)
Eenvoudige, filtervoerende dieren zonder echte weefsels of organen. Voorbeelden: badsponsen, glassponsen.
2. Cnidaria (Kwallen, Korallen, Zeeanemonen)
Radiële symmetrie met netelcellen genaamd nematocysten. Voorbeelden: kwallen, zeeanemonen, korallen.
3. Platyhelminthes (Platte Wormen)
Bilaterale symmetrie met platte lichamen. Voorbeelden: bandwormen, egelwormen.
4. Nematoda (Ronde Wormen)
Ongesegmenteerde, cylindervormige lichamen afgetopt aan beide uiteinden. Voorbeelden: madammen, haakwormen.
5. Annelida (Gesegmenteerde Wormen)
Gesegmenteerde lichamen met duidelijke kop en staart. Voorbeelden: regenwormen, pijlinkters.
6. Mollusca (Weekdieren)
Zachte lichamen, vaak met harde schillen. Voorbeelden: slakken, naaktslakken, mosselen, inktvissen, zeekatten.
7. Arthropoda (Gepooten)
Gesegmenteerde lichamen, gegootste ledematen, exoskeletten. Voorbeelden: insecten, spinneween, krabben, kreeften.
8. Echinodermata (Huidstekeldieren)
Radiële symmetrie met stekelige huid. Voorbeelden: zeesterren, zee-egels, zeekomkommers.
Dit is slechts een steekproef van de ongewervelde diversiteit; veel andere kleinere groepen bestaan.