Huisdieren
De Taíno-mensen, die de Caraïbische eilanden bewoonden voor de Europese aankomst, baseerden hun dieet voornamelijk op landbouw en visserij. Ze waren bekwame boeren die verbouwden:
* Yuca: Een zetmeelrijke wortelgroente en basisvoedsel.
* Zoete aardappelen: Een belangrijke koolhydraatbron.
* Maïs: Gebruikt voor broden en pap.
* Bonens: Verschaften eiwit en vezels.
* Pompoen: Gebruikt in soepen en stoofschotels.
* Katoen: Vezel voor kleding.
* Tabak: Gebruikt in rituelen en geneeskunde.
Ze jaagden en visten ook voor extra eiwitten en voedingsstoffen, waaronder:
* Vis: Haai, tonijn, snaper en andere soorten.
* Zeeschildpadden: Gewaardeerd om vlees en eieren.
* Vogels: Papegaaien, duiven en wilde eenden.
* Hagedissen: Vooral iguanas.
* Kleine zoogdieren: Knaagdieren en konijnen.
De Taíno zochten ook naar fruit, noten en wilde kruiden. Specifieke dieren die werden gegeten, varieerden per eiland en seizoen, maar hun dieet was over het algemeen divers en gevarieerd.