Huisdieren
Dieren waarnemen omgevingsveranderingen vaak vóór mensen dat kunnen.
Druk: Dalende luchtdruk voor stormen veroorzaakt rusteloosheid.
Temperatuur en luchtvochtigheid: Insecten, reptielen en amfibieën passen hun gedrag dienovereenkomstig aan.
Elektrische velden: Haaien, roggen en vogels waarnemen magnetische en elektrische veranderingen.
Wolken: Bepaalde formaties signaleren naderende stormen.
Gedrag: Mieren keren terug naar nesten, vogels zoeken beschutting, en honden of katten gedragen zich ongebruikelijk voor regen.
Trek: Seizoensgebonden bewegingen reageren op weerspatronen.
Deze instincten en aanpassingen helpen dieren overleven in veranderende omstandigheden.