Planten en dieren zijn fundamenteel verschillende groepen organismen:
- Autotroof vs. heterotroof: Planten zijn autotroof (eigen voedsel via fotosynthese). Dieren zijn heterotroof (afhankelijk van andere organismen voor voedsel).
- Celstructuur: Plancellen hebben een rigide celwand van cellulose. Diercellen hebben geen celwand, maar een flexibel celmembraan.
- Chloroplasten vs. mitochondria: Planten hebben chloroplasten met chlorofyl voor fotosynthese. Dieren hebben geen chloroplasten, wel mitochondria voor cellulaire ademhaling.
- Voortplanting: Veel planten voortplanten zich zowel aseksueel als seksueel (bloemen, vruchten, zaden). Meeste dieren seksueel via gametenfusie.
- Mobiliteit: Planten zijn doorgaans sessiel en geworteld. Dieren zijn mobiel en kunnen zich verplaatsen.
- Zintuigen en perceptie: Planten hebben geen gespecialiseerde zintuigorganen, maar reageren op stimuli via groeiresponsen. Dieren hebben gespecialiseerde zintuigen (ogen, oren, neus).
- Ademhaling: Beiden voeren aerobe ademhaling uit, sommige dieren aanvullen met anaerobe.
- Voedingsbehoefte: Planten hebben CO₂, water, licht, mineralen nodig. Dieren hebben diverse behoeften afhankelijk van herbivoren/carnivoren/omnivoren.
Met betrekking tot boerderijdieren