Mensen in landelijke dorpen houden vaak dieren voor voedsel, inkomen, arbeid en andere hulpbronnen. Algemeen bekende voorbeelden zijn:
- Koeien: Melk, boter, kaas, ploegen en karren trekken.
- Kippen: Eieren en vlees.
- Geiten: Melk, vlees en vezel.
- Varkens: Vleesproducten zoals spek, ham en worstjes.
- Schapen: Wol en vlees.
- Eenden: Vlees en eieren.
- Paarden en ezels: Transport en boerderijwerk.
- Konijnen: Vlees en bont.
- Bijen: Honing en bestuiving.
- Oeppen: Vlees, melk, ploegen en transport.
Deze dieren dragen bij aan de levensonderhoud, zelfvoorziening en duurzaamheid van landelijke gemeenschappen.
Met betrekking tot boerderijdieren