Schimmels delen verschillende kenmerken met dieren die op een nauwere evolutionaire relatie duiden:
- Heterotrofie: Net als dieren verkrijgen schimmels voedingsstoffen van andere organismen in plaats van hun eigen voedsel te produceren.
- Chitine in celwanden: Schimmelcelwanden bevatten chitine, ook aanwezig in dierenexoskeletten, in tegenstelling tot plantaardige cellulosewanden.
- Geen chloroplasten: Schimmels kunnen niet fotosynthetiseren.
- Osmotrofe voeding: Schimmels absorberen voedingsstoffen door enzymen af te scheiden en afgebroken stof op te nemen, vergelijkbaar met dieren.
- Glycogenopslag: Schimmels slaan overtollige glucose op als glycogeen, net als dieren, terwijl planten zetmeel opslaan.
- Beweeglijke reproductieve cellen: Sommige schimmels produceren zwemmende zoösporen die op dierlijke zaadcellen lijken.
- Afwezigheid van plasmodesmata: Schimmelcellen missen de cel-tot-cel communicatiestructuren die in planten worden gevonden.
Schimmels worden in hun eigen rijk ingedeeld vanwege unieke kenmerken en ecologische rollen.
Met betrekking tot boerderijdieren