Huisdieren
Boeren beoordelen schapen op basis van een combinatie van fysieke kenmerken, gezondheid, temperament en ras-specifieke eigenschappen. Het ideale dier hangt af van of de boer prioriteit geeft aan wol, vlees, melk of aanpassingsvermogen aan lokale omstandigheden.
Voor wolproductie beoordelen boeren vezeldichtheid, fijnheid, lengte, krul en glans. Ze letten ook op resistentie tegen vilten en vervellen, evenals uniformiteit over het vlies.
Grotere schapen produceren vaak meer wol, maar gebalanceerde proporties zijn net zo belangrijk. Boeren verkiezen dieren met goede spierontwikkeling, een brede borst en sterke, goed gevormde benen en hoeven.
Zachte, gemakkelijk te hanteren schapen verminderen stress voor zowel het dier als de boer. Sterke moederinstincten, hoge lammerpercentages en aanpassingsvermogen aan de lokale omgeving en landbouwsysteem worden ook hoog gewaardeerd.
Natuurlijke resistentie tegen veelvoorkomende ziekten en parasieten, algehele vitaliteit en afwezigheid van grote genetische defecten dragen bij aan een gezonder, productiever kudde.
Sommige rassen worden geselecteerd voor vlees, melk, specifieke wolkenmerken of veerkracht in barre weersomstandigheden. Boeren prioriteren verschillende kenmerken op basis van hun doelen, klimaat, terrein en marktvraag.