Huisdieren
Wetenschappers classificeren dieren met een systeem dat taxonomie heet, dat organismen in een hiërarchie groepeert op basis van gedeelde kenmerken.
1. Domein: Het breedste niveau. Dieren behoren tot Eukarya, wat betekent dat hun cellen een kern hebben.
2. Koninkrijk: Dieren behoren tot het Animalia koninkrijk; ze zijn multicellulair, heterotroф и typisch mobiel.
3. Stam: Groepeert dieren op basis van fundamenteel lichaamsplan. Voorbeelden zijn Chordata (vertebraten), Arthropoda (insecten, spinnen) en Mollusca (slakken, inktvissen).
4. Klasse: Verder onderverdeeld binnen een stam. Bijvoorbeeld binnen Chordata: Mammalia (vacht, klierklieren) en Aves (veren, vleugels).
5. Orde: Groepen binnen een klasse. Binnen Mammalia: Primates (grijpende handen, grote hersenen) en Carnivora (vleeseters).
6. Familie: Groepen binnen een orde. Binnen Primates: Hominidae (grote apen en mensen).
7. Geslacht: Groepeert nauw verwante soorten. Binnen Hominidae: Homo (mensen).
8. Soort: Het specifiekste niveau, dat organismen definieert die met elkaar kunnen paren en vruchtbare nakomelingen kunnen produceren. Voorbeeld: Homo sapiens.
Wetenschappers gebruiken ook anatomie, fysiologie, embryologie, genetica, gedrag en de fossielenregistratie om classificaties te verfijnen.