Huisdieren
Het is nauwkeuriger om de termen ectotherm en endotherm te gebruiken.
Hangen af van externe warmtebronnen. Lichaamstemperatuur fluctueert met de omgeving. Voorbeelden: reptielen, amfibieën, vissen, insecten.
Genereren hun eigen lichaamswarmte intern. Stabiele interne temperatuur. Voorbeelden: zoogdieren, vogels.
Lichaamstemperatuur: Variabel versus stabiel.
Warmtebron: Extern versus intern.
Stofwisselingsnelheid: Lager versus hoger.
Energiebehoefte: Lager versus hoger.
Opmerking: "Koudbloedig" en "warmbloedig" zijn verouderde termen. Ectothermen zijn niet noodzakelijkerwijs koud, en endothermen zijn niet altijd warm.