Camouflage ontstaat door verschillende mechanismen:
- Natuurlijke selectie: Individuen met betere camouflage overleven en voortplanten zich succesvoler.
- Pigmentatie: Kleuren en patronen passen bij de omgeving.
- Patroon en textuur: Vlekken, strepen en gevlekte merken breken de lichaamscontour.
- Structurele aanpassingen: Gespecialiseerde huid of uitsteeksels, zoals kleurveranderende cellen bij kameleons.
- Mimicry: Lijken op andere soorten of objecten zoals takken en bladeren.
- Gedrag: Stil blijven of zich mengen met groepen om detectie te voorkomen.
- Achtergrondmatching: Woestijndieren hebben zandkleurige lichamen; poolgebieds dieren hebben witte vacht.
- Countershading: Donkere bovenkant en lichtere onderkant verminderen schaduwzichtbaarheid.
- Oogplaatsing: Zijdelings geplaatste ogen verbeteren zicht terwijl ze verstopt blijven.
Voorbeelden zijn kameleons, wandelende bladen, motten, boomkikkers, en sommige slangen en spinnen.