Huisdier thuis
Bondgangen
Antilopen gebruiken voornamelijk begrenzende gangen tijdens het bewegen. Bondgangen omvatten zichzelf naar voren om zowel hun achterpoten als de voorpoten tegelijkertijd te gebruiken, met een periode van ophanging in de lucht. Met deze methode van voortbeweging kunnen antilopen grote snelheid, behendigheid en efficiëntie bereiken bij het afleggen van grote afstanden in hun gebieden.
galopping
Naarmate antilopen hogere snelheden bereiken, gaan ze over in een snellere grensspaan, Galopping genaamd Galloping. Tijdens het galopperen slaan hun voeten de grond in de volgende volgorde:achterste voet, beide voor de voorste bijna samen, en vervolgens de andere achterste voet. Deze specifieke gang stelt hen in staat om snelle beweging te behouden met behoud van balans en stabiliteit.
pronking
Bepaalde antilopensoorten, met name Springboks, staan bekend om hun unieke 'pronking' -gedrag. Pronking wordt gekenmerkt door een reeks korte, snelle grenzen met alle vier voet van de grond. Springboks voeren dit gedrag uit als een weergave van behendigheid en om potentiële roofdieren te laten schrikken, waardoor het een opmerkelijk aspect van hun beweging is.
stotting
Een andere onderscheidende beweging waargenomen in sommige antilopensoorten is stippen. Bij het stippen springen antilopen herhaaldelijk recht in de lucht en landen op handen en voeten. Dit gedrag dient als een signaal voor andere antilopen van dreigend gevaar en als een middel om roofdieren te verrassen.
Wandelen en draven
Antilopen vertonen ook langzamere gangen, zoals wandelen en draven, bij het bewegen met lagere snelheden of tijdens het grazen op vegetatie. Deze gangen omvatten het afwisselen van de plaatsing van hun voeten, vergelijkbaar met de meeste andere viervoudige zoogdieren.
De opmerkelijke bewegingen en gevarieerde gangen van antilopen zijn belangrijke aanpassingen waarmee ze diverse terreinen kunnen navigeren, roofdieren ontsnappen en lange afstanden in hun natuurlijke habitats efficiënt doorkruisen.