De meeste vissoorten hebben geen duidelijke externe geslachtsmerken, en sommige zijn zelfs hermafrodiet. Bij soorten met afzonderlijke seksen kunnen mannetjes en vrouwtjes soms worden onderscheiden door:
- Kleuring: Mannetjes zijn vaak helderder gekleurd dan vrouwtjes, zoals bij veel guppies en zwaarddragers.
- Lichaamsvorm: Seksuele dimorfie kan ervoor zorgen dat mannetjes en vrouwtjes een verschillend silhouet hebben. Mannelijke betta's hebben doorgaans bijvoorbeeld langere, meer vloeiende vinnen dan vrouwtjes.
- Geslachtsopeningen: Bij levendbarenden zoals platies en zwaarddragers hebben mannetjes een gemodificeerde anaalvin genaamd een gonopodium, terwijl vrouwtjes een andere opening hebben. Bij eierleggers is de geslachtsopening van het vrouwtje doorgaans groter en ronder.
- Gedrag: Tijdens broedseizoenen kunnen mannetjes baltsdansjes uitvoeren, nesten bouwen of territoriaal gedrag vertonen om vrouwtjes aan te trekken.
Omdat deze kenmerken sterk variëren tussen soorten, is de meest betrouwbare methode om soortspecifieke gidsen of een waterexpert te raadplegen.