Huisdieren
Haaien ademen door hun kieuwen. De kieuwen bevinden zich aan weerszijden van de kop van de haai en bestaan uit een reeks dunne, veerachtige draden. De draden zijn bedekt met minuscule bloedvaten, waardoor de haai zuurstof uit het water kan opnemen.
Wanneer een haai ademt, opent hij zijn mond en neemt water in. Het water stroomt over de kieuwen, en het zuurstof in het water wordt opgenomen door de bloedvaten in de draden. Het water verlaat vervolgens het lichaam van de haai via zijn spiraakjes, kleine openingen die zich achter de ogen bevinden.
Haaien moeten blijven bewegen om te kunnen ademen. Dit komt omdat het water dat over hun kieuwen stroomt, geoxideerd moet zijn. Als een haai stopt met bewegen, zal het water eromheen ongeoxideerd raken en zal de haai verstikken.
Sommige haaien, zoals de grote witte haai, hebben een speciaal orgaan dat een ram jet wordt genoemd. De ram jet helpt de haai te ademen door water over zijn kieuwen te duwen. Dit stelt de haai in staat om met hoge snelheden te zwemmen zonder te hoeven stoppen om te ademen.