Huisdieren
Hier is een lijst van enkele uitgestorven zeedieren:
Trilobieten waren oude zee-arthropoden die leefden van het Cambrium tot het Perm. Ze zijn bekend om hun kenmerkende driedelige lichaamsstructuur.
Ammonieten waren zeemollusken die leefden tijdens het Paleozoïcum en Mesozoïcum. Ze hadden spiraalvormige schalen en waren nauw verwant met moderne inktvissen en pijlinktvis.
Belemnieten waren zeecephalopoden die bloeiden van het Jura tot het Krijt. Ze had een sigarenvormig lichaam met een inwendige gekamerde schaal.
Verschillende groepen dinosauriërs aangepast aan zeeleven, waaronder de iconische Mosasaurus, Liopleurodon en Tylosaurus. Deze zeedinosauriërs were topredatoren die de oceanen domineerden tijdens het Mesozoïcum.
Plesiosauriërs waren zeereptielen die een verafstammelijke afstamming deelden met dinosauriërs. Ze hadden lange nekken en brede vinvissen, en bewoonden de wereldoceanen van het Trias tot het Krijt.
Ichtyosauriers waren een groep zeereptielen die leefden naast de dinosauriërs tijdens het Mesozoïcum. Ze hadden gestroomlijnde lichamen en krachtige staarten die hen lieten snel door het water zwemmen.
Hoewel primair bekend als terrestrische soort, waren sommige soorten grondaapjes (Megalonychidae) deels marien en bewoonden kustgebieden. Megatherium americanum is een van de beroemdste voorbeelden van deze mariene grondaapjes.
Eurypteriden, ook wel zeeschorpioenen genoemd, waren een diverse groep zee-arthropoden die bloeiden in het Paleozoïcum. Sommige soorten, zoals Jaekelopterus rhenaniae, waren meer dan 2,5 meter lang en waren vormidabele roofdieren in oude zeeën.
Deze massale zeekoe-soort, Hydrodamalis gigas, bewoonde de Noordelijke Stille Oceaan maar stierf uit door overjacht in de 18e eeuw. Stellers zeekoeën konden lengtes van meer dan 9 meter bereiken en wogen meerdere tonnen.
De Caraïbische monnikrob (Monachus tropicalis) was de enige robbe-soort beperkt tot de Caraïben. Hun populatie daalde door menselijke activiteiten, en de laatste waarneming was in 1952. De soort wordt nu als uitgestorven beschouwd.
De grote alk (Pinguinus impennis) was een niet-vliegende vogel verwant aan moderne alken en stormvogels. Hij bewoonde de Noordelijke Atlantische Oceaan maar werd in de 19e eeuw tot uitsterving gejaagd voor zijn vlees, veren en eieren.
Dit zijn slechts enkele voorbeelden van uitgestorven zeedieren die ooit in aardse oceanen en waterlopen gedijden. Velke van deze soorten verdwenen door factoren als menselijke jacht, klimaatverandering en natuurrampen, wat het belang van behoud en biodiversiteitsbehoud benadrukt.