Huisdieren
Veel dieren leven in aquatische omgevingen:
Vissen: Ademen onder water met kieuwen en zwemmen met vinnen; variëren van kleine grondels tot grote walvissen.
Amfibieën: Leven zowel in het water als op land; voorbeelden zijn kikkers, padden, salamanders en tritons.
Reptielen: Sommige, zoals schildpadden en krokodillen, leven in het water en kunnen hun adem lang inhouden.
Zoogdieren: Dolfijnen, walvissen en zeehonden leven in het water en ademen lucht met longen terwijl ze hun adem inhouden.
Ongewervelden: Kwallen, wormen, krabben en veel andere dieren zonder ruggengraat leven in het water.