Kenmerken die walvissen en dolfijnen tot zoogdieren maken
Ondanks hun aquatische levenswijze delen ze fundamentele kenmerken met alle zoogdieren:
- Warmbloedig (endotherm): Ze handhaven een constante lichaamstemperatuur.
- Melkklieren en melkproductie: Vrouwtjes voeden hun jongen met melk.
- Haren: Embryonaal hebben ze haren; sommige soorten (zoals de Groenlandse walvis) behouden borstels rond de mond.
- Drie gehoorbeentjes in het middenoor: Hamertje, aambeentje, riemsteertje – uniek voor zoogdieren.
- Vierkamrig hart: Twee boezems en twee kamers.
- Longademhaling: Ze moeten opduiken om lucht te halen; ze hebben geen kieuwen.
- Ontwikkelde neocortex: Gebied voor hogere cognitieve functies (leren, geheugen, probleemoplossend vermogen).
- Levendbarend (vivipair) en ouderzorg: Ze krijgen levende jongen en verzorgen deze intensief.
Deze eigenschappen plaatsen ze in de orde Cetacea (walvissen, dolfijnen, bruinvissen), een groep zoogdieren die volledig aan het water is aangepast.