Huisdieren
Zeevissen en ongewervelden (kreeften, korallen) hebben zich ontwikkeld in stabiele omgeving. Watercondities in zoutwateraquarium moeten niet alleen geschikt, maar ook stabiel blijven. Afhankelijk van correct specifiek gewicht, temperatuur, pH. Dieren in ongeschikt water raken gestrest, immuunsysteem daalt, ziektegevoelig.
Zoutgehalte = hoeveelheid zollen/vaste stoffen in zeewater, uitgedrukt in delen per duizend. Moeilijk direct meten, dus indirect via specifiek gewicht (hydrometer). Specifiek gewicht verandert voorspelbaar met zoutconcentratie.
Tropische zeevissen/ongewervelden hebben warm water nodig. Stoofwisseling aangepast aan watertemperatuur. Kouder water = langzamere stofwisseling, levensprocessen belemmerd. Ideaal: 25-28°C (77-83°F). Fluctuerende temperatuur = stress/ziekte.
pH = zuurgraad/alkaliniteit (1.0-14.0 schaal). Laag = zuur, hoog = basisch, 7.0 = neutraal. Zoutwateraquarium: stabiele pH 8.1-8.3. Meten met zoutwater testset. pH daalt continu door metabolische afvalstoffen. Bufferoplossingen corrigeren pH.
Som negatieve ionen die waterstoffionen neutraliseren na zuurtoevoeging. Belangrijke ionen: carbonaat en bicarbonaat (primaire buffers). Handhaven constante pH door waterstofionconcentratie shifts te onderdrukken. Alkalijnheid daalt in zoutwateraquaria door organische zuren van zeeleven.