Vissen hebben verschillende aanpassingen ontwikkeld voor koud weer:
- Antivriesproteïnen: Voorkomen ijskristalvorming in het lichaam.
- Verlaagde stofwisseling: Bespaart energie tijdens beperkte voedselbeschikbaarheid.
- Thermische inertie: Grote lichaamsmassa helpt een stabiele interne temperatuur te behouden.
- Migratie: Sommige soorten verplaatsen zich naar warmere wateren.
- Winterrust: Stofwisseling en activiteit dalen aanzienlijk, waarbij ze vertrouwen op opgeslagen energie.
- Isolatie: Dik vet of schubben houden lichaamswarmte vast.
- Graven: Sommige soorten graven zich in het substraat voor beschutting.
- Diepe waterhabitats: Diepere wateren hebben stabielere temperaturen.
- Overwinteringsstrategieën: Soortspecifieke gedragingen in zoetwater, brak water of zout water omgevingen.
Overleven hangt ook af van waterkwaliteit, voedselbeschikbaarheid en de ernst van de winter.