Huisdieren
Er zijn een paar belangrijke manieren om te bepalen wat een dier is aan zijn botten.
1. Grootte En Vorm. De grootte en vorm van dierenbotten kan je een goed idee geven van wat voor dier het is. Een groot, zwaar bot komt waarschijnlijk van een groot dier, terwijl een klein, fragiel bot waarschijnlijk van een klein dier komt. De vorm van het bot kan je ook aanwijzingen geven over de levensstijl van het dier. Een lang, dun bot komt waarschijnlijk van een dier dat rent of springt, terwijl een kort, stokvig bot waarschijnlijk van een dier komt dat graaft of klimt.
2. Botstructuur. De structuur van dierenbotten kan je ook veel vertellen over het dier. De aanwezigheid van een mergkaak geeft aan dat het bot behoort tot een zoogdier. De aanwezigheid van een groeischijf geeft aan dat het bot nog groeit. En de aanwezigheid van een gewrichtsoppervlak geeft aan dat het bot met een ander bot gearticuleert.
3. Botmarkeringen. Het oppervlak van dierenbotten kan ook gemarkeerd zijn met diverse kenmerken, zoals golven, ribbels en bulten. Deze markeringen kunnen helpen het bot en het dier waar het toe behoort te identificeren.
4. Botchemie. De chemische samenstelling van dierenbotten kan je ook aanwijzingen geven over het dieet en de levensstijl van het dier. De aanwezigheid van bepaalde elementen, zoals calcium en fosfor, geeft aan dat het dier een dieet rijk in die elementen at.
Door al deze factoren te combineren, kun je vaak bepalen wat een dier is aan zijn botten.