Huisdieren
Een terrestrisch habitat is elke omgeving die op land wordt aangetroffen, in tegenstelling tot aquatische of luchtige habitats. Deze habitats ondersteunen een enorme verscheidenheid aan planten en dieren aangepast aan leven op vasteland.
Bossen hebben dichte boomgroei die schaduw en schuilplaats biedt. Hun vegetatie omvat bomen, struiken, varens en mossen. Dieren zoals herten, konijnen, eekhoorns, vogels en insecten maken hier hun huis.
Graslanden worden gedomineerd door grassen en komen voor in klimaten van gematigd tot tropisch. Typische dieren zijn bisonnen, vorkherten, zebra's en leeuwen.
Woestijnen hebben erg droge klimaten met weinig neerslag. Vegetatie is vaak spaarzam en omvat cactussen, vetplanten en struiken. Dieren zoals slangen, hagedissen, scorpioenen en kameelen zijn aangepast aan deze harde omstandigheden.
Berg habitats hebben hoge hoogtes en steile hellingen. Klimaat en vegetatie variëren met hoogte, van bossen tot alpine weiden. Dieren zijn beren, bergleeuwen, bighornschapen en steenbokken.
De toendra is koud, met permafrost en een kort groeiseizoen. Vegetatie bestaat voornamelijk uit korstmossen, mossen en lage bloeiende planten. Dieren zoals rendieren, kariboes, ijsberen en poolvossen zijn aangepast aan deze omgeving.
Terrestrische habitats zijn essentieel voor de overleving van talloze soorten, biedend voedsel, schuilplaats, water en broedplaatsen.