Huisdieren
Ornithorhynchus anatinus, beter bekend als het eendbeknijd, is een semi-aquatisch zoogdier dat endemisch is in oostelijk Australië, inclusief Tasmanië. Het is een van de slechts vijf bestaande soorten monotremen – zoogdieren die eieren leggen in plaats van levend jongen te krijgen.
Het eendbeknijd heeft een kenmerkend uiterlijk, met een eend-achtige snavel, zwemvliezen en een bever-achtige staart.
Als monotreem legt het eendbeknijd eieren. Het is een van de slechts twee levende geslachten van monotremen, het andere is de egidna.
De snavel van het eendbeknijd is bedekt met zachte huid en bevat elektroreceptoren. Het gebruikt deze sensoren om de zwakke elektrische velden te detecteren die worden gegenereerd door spierbewegingen van prooidieren, zoals garnalen en waterongewervelden.
Eendbeknijdens hebben zwemvliezen voor het zwemmen en scherpe klauwen op hun voorpoten voor het graven van holen langs oevers. Dichte, waterdichte vacht houdt lucht vast en isoleert ze tegen koud water.
Mannelijke eendbeknijdens hebben een scherpe, giftige spoor op elke achterpoot, dat vooral tijdens het paarseizoen wordt gebruikt. Het gif kan pijnlijke wonden toebrengen, maar wordt niet beschouwd als dodelijk voor mensen.
Vrouwtjes leggen eieren, doorgaans twee tegelijk, in holnesten uitgestrekt met bladeren en gras. Na het uitkomen drinken de jongen, ook wel puggels genoemd, melk die wordt afgescheiden via gespecialiseerde klierklieren op plekken van de vacht, omdat eendbeknijdens geen tepels hebben.
De Internationale Unie voor Natuurbescherming classificeert het eendbeknijd als gevoelig vanwege habitatverlies, watervervuiling en exotische soorten. Er worden beschermingsinspanningen geleverd om hun populaties en leefgebieden te beschermen.
Al met al is het eendbeknijd een buitengewoon wezen dat het ongelooflijke scala aan leven op aarde illustreert.