Huisdieren
Boombewonend: Orang-oetans brengen het grootste deel van hun tijd door in bomen, gebruikmakend van lange, sterke armen en grijpende voeten om takken vast te grijpen.
Slingeren: Ze slingeren van tak naar tak, tot wel 20 meter in één zwaai afleggend.
Klimmen: Ze klimmen met handen en voeten, geholpen door scherpe klauwen voor het grijpen van schors.
Lopen: Op de grond lopen ze meestal op twee benen of op vieren wanneer ze zware voorwerpen dragen.
Nesten bouwen: Ze bouwen elke nacht nieuwe nesten van bladeren en takken in de bomen.