Huisdieren
Kevers zijn de grootste insectenorde (~400.000 soorten). Belangrijk ecologisch (afbrekers, roofdieren, bestuivers). Kenmerkende eigenschappen:
Verhard, schildvormig, bedekken de achtervleugels. 'Schede-vleugels' = betekenis van Coleoptera. Bij rust treffen ze elkaar in een rechte lijn achterover de rug.
Drie delen: kop, borststuk (thorax), buik (abdomen). Harde exoskelet. Pooten en vleugels zitten op borststuk.
Het borststuk heeft een grote, harde schildplaat (pronotum) die het eerste segment bedekt. Voelt hard aan.
Kauwerven (mandibels) vaak zichtbaar als grote tangen (knijpen, kauwen, snijden). Samengestelde ogen. Antennes vorm bervariabel (klavertjes, kettingen, veertjes).
Ei → larve (meelworm-achtig) → pop → volwassene. Larven vaak wormachtig, met 3 paren echte poten.