Huisdieren
1. Levend baren (vivipariteit): De meeste zoogdieren krijgen levend jongen, gevoed door een placenta in de baarmoeder. Voorbeelden zijn mensen, katten, honden, koeien en walvissen.
2. Eieren leggen (ovipariteit): Monotremen zoals het eendbeknijd en de miereneg leggen lederachtige eieren die worden bebroed in een hol of nest.
3. Buidelzoogdieren: Buidelzoogdieren zoals kangoeroes, koala's en opossums krijgen onvolgroeide jongen die verder groeien in de buidel van de moeder.