Poolhazen (Lepus arcticus) hebben verschillende aanpassingen om het harde Arctische klimaat te overleven:
- Dikke vacht: Dichte ondervacht en dekharen bieden isolatie.
- Grote pootjes: Fungeren als sneeuwschoenen om verzinking in sneeuw te voorkomen.
- Kleuring: Witte wintervacht biedt camouflage; seizoensmatige rui naar bruingrijs in de zomer.
- Lange snorharen: Helpen bij navigatie bij slecht zicht.
- Kleinere oren: Verminderen warmteverlies.
- Efficiënte voedselopname: Verteren harde struiken, schors en korstmossen.
- Graven: Maken ondiepe sneeuwkuilen voor beschutting.
- Verbeterde zintuigen: Verbeterd gehoor en zicht voor het detecteren van roofdieren in gedempt licht.
Deze aanpassingen stellen poolhazen in staat extreme kou te doorstaan en voedsel te vinden in hun uitdagende habitat.