Afrikaanse olifanten gebruiken verschillende aanpassingen om koel te blijven in warme omgevingen:
- Grote oren: Rijk aan bloedvaten, ze stralen warmte uit; klapperen verhoogt de afkoeling.
- Dunne huid: Vergemakkelijkt warmteoverdracht, met dunne haren die dissipatie mogelijk maken.
- Ondercutane vetlaag: Isoleert het lichaam en helpt warmte-uitwisseling te reguleren.
- Hoge metabolische snelheid: Genereert interne warmte, in balans met warmteafvoerende aanpassingen.
- Gedrag: Schaduw opzoeken en wentelen in water of modder om af te koelen.