Huisdieren
Er zijn verschillende kenmerken die panda's als zoogdieren classificeren. Hier zijn enkele belangrijke kenmerken:
Net als alle zoogdieren bezitten panda's melkklieren die melk produceren om hun jongen te voeden. Vrouwelijke panda's hebben gespecialiseerde melkklieren die op hun borst zijn gelegen en worden gebruikt om hun welpen te zogen.
Panda's hebben een dikke vacht die hen helpt te overleven in hun koude en bergachtige habitats. Hun vacht biedt isolatie en bescherming tegen harde weersomstandigheden.
Panda's zijn endotherme dieren, wat betekent dat ze hun eigen lichaamstemperatuur kunnen reguleren. Ze handhaven een relatief constante interne lichaamstemperatuur, ongeacht de externe omgeving.
Panda's werpen levende jongen. Na een draagtijd van ongeveer 95 tot 160 dagen, werpt een vrouwelijke panda doorgaans een enkele welp (of, zelden, tweelingen). De welpen worden altriciaal geboren, wat betekent dat ze hulpeloos zijn en afhankelijk van hun moeder voor voeding en zorg.
Panda's vertonen zorgzaam gedrag jegens hun jongen. Moederpanda's staan erom bekend attent en beschermend te zijn tegenover hun welpen. Ze dragen en verzorgen ze gedurende een langere periode tot ze onafhankelijk worden.
Panda's hebben een diafragma, een gespecialiseerde spier die de thoracale en abdominale holten scheidt. Dit anatomische kenmerk is karakteristiek voor zoogdieren en maakt efficiënte ademhaling mogelijk.
Panda's hebben gespecialiseerde tanden die zijn aangepast aan hun unieke dieet van bamboe. Ze hebben brede kiezen met richels die hen helpen de bamboescheuten en -bladeren die ze eten te breken en te malen.
Hoewel panda's enkele unieke aanpassingen hebben met betrekking tot hun dieet en levensstijl, bezitten ze verschillende kenmerken die algemeen zijn voor zoogdieren. Deze kenmerken onderscheiden panda's van andere taxonomische groepen en plaatsen ze stevig binnen de klasse Mammalia.