Huisdieren
Laat de schelpengrootte op elk stadium S1 = 1 cm zijn. Elke nieuwe schulp is een derde groter dan de vorige:
S2 = 4/3 cm
S3 = 7/3 cm
S4 = 10/3 cm
Het patroon volgt een meetkundige rij. Om te vinden wanneer de schulp 10 cm bereikt, los je n op waar Sn ≥ 10. De som van de rij nadert 3/2 keer de initiële grootte, wat betekent dat de groei stabiliseert rond een wiskundige limiet.
Op basis van de beschreven progressie vervaatst de krab ongeveer drie schulpen voordat de grootte 10 cm overschrijdt.