Kalki gebruikt rijke imagery om de wereld van "Tiger" tot leven te brengen:
- Personificatie: Menselijke eigenschappen geven aan de tijger en natuur.
- Vergelijkingen: Vergelijkingen met "als" of "zo".
- Metaforen: Impliemeerde vergelijkingen zonder "als" of "zo".
- Hyperbool: Overdrijving voor dramatisch effect.
- Alliteratie: Herhaalde klanken aan het begin van naburige woorden.
- Onomatopoee: Woorden die geluiden nabootsen.
- Symboliek: Voorwerpen en gebeurtenissen met diepere betekenis, zoals de witte tijger als beschermgeest.
- Natuur- en zintuiglijke imagery: Levendige beschrijvingen van landschappen, geuren en geluiden.