Bengaalse tijgers hebben verschillende belangrijke aanpassingen voor overleving:
- Camouflage: Hun strepen mengen zich met hoog gras en riet, waardoor ze effectieve overvallende roofdieren zijn.
- Scherpe klauwen en tanden: Invouwbare klauwen en grote hoektanden helpen prooi vast te grijpen, vast te houden en te doden.
- Scherpe zintuigen: Uitstekend zicht en gehoor, inclusief sterk nachtzicht, helpen bij het detecteren van prooi.
- Krachtige spieren en behendigheid: Tijgers kunnen tot 3 meter verticaal springen en snelheden van 56 kilometer per uur halen in korte bursts.
- Vermogen te zwemmen: Sterke ledematen en gevleugde poten maken ze vaardige zwemmers voor het oversteken van rivieren en het vangen van waterprooi.