Boxers zijn middelgrote tot grote, spierige honden met een kenmerkend uiterlijk:
- Kop: Groot met een brede, platte schedel en een goed gedefinieerde stop.
- Ogen: Donkerbruin, amandelvormig, goed uit elkaar geplaatst.
- Oren: Klein, V-vormig, hoog aangezet en dicht langs de wangen hangend.
- Snuit: Kort en breed met een zwarte of leverkleurige neus en krachtige kaak.
- Tanden: Sterk en wit met een schaargebit of vlakke beet.
- Nek: Spierig, licht gebogen, zonder losse huid.
- Schouders: Goed terugliggend en spierig.
- Lichaam: Robuust en spierig, iets langer dan hoog, met een diepe borstkas.
- Poten: Sterk, goed in verhouding, met gematigde hoekstelling.
- Staart: Hoog aangezet, horizontaal gedragen met een lichte opwaartse kromming.
- Vacht: Kort, glad en glanzend in fawn, brindle of wit.