Grijze wolven hebben een endoskelet, kenmerkend voor alle gewervelde dieren. Dit betekent: intern skelet voor steun, bescherming, beweging.
Specifieke opbouw
- Schedel: Sterk, verlengd, aangepast aan vlees scheuren, prooi grijpen.
- Wervelkolom: Flexibel: hals-, borst-, lendekruis-, kruisbeens-, staartwervels.
- Borstkas: Beschermt vitale organen, ademhaling.
- Lextemen: Vier krachtige spieren voor rennen/jagen.
- Poten: Teenlopers (lopen op teenballen) met niet-intrekbare klauwen → tractie, jacht.
Aanpassingen aan roofdierleven
- Sterke botten: Voor groot, spierig lichaam.
- Lange poten: Snelheid/uitduring bij jacht.
- Krachtige kaken: Vangen/doden prooi.
- Scherpe klauwen: Vlees scheuren, grijpen.
Het skelet van de grijze wolf is een evolutief meesterwerk, perfect voor overleving in de natuur.