Huisdieren
Hondesiekte besmet veel dieren zoals vossen, coyotes en wasberen. Volgens het Animal Disease Diagnostic Laboratory is hondesiekte een virale ziekte die vaak door wasberen wordt opgelopen. Terwijl hondesiekte van dier op dier kan worden overgedragen, kan hondesiekte niet op de mens worden overgedragen. De ziekte kan problematisch zijn bij honden die niet gevaccineerd zijn.
Hondesiekte is meer voorkomend in grotere gemeenschappen van wasberen. De ziekte kan zich snel verspreiden onder gemeenschappen, wat hoge sterftes veroorzaakt bij jeugdige wasberen. Terwijl hondesijkte het hele jaar door voorkomt, is het vaker dat wasberen in de warmere seizoenen (lente en zomer) door de ziekte worden aangedaan. Huisdieren die vrij buitens mogen rondlopen, zijn vatbaar voor contact met geïnfecteerde wasberen.
Als je huisdier gezond is, kan het hondesiekte ontwikkelen door direct contact met een wasbeer. Het hondesiektevirus kan niet lang buiten het lichaam van een geïnfecteerde wasbeer overleven. Dit is de reden dat nauw contact nodig is voor de transmissie van het virus. Een voorbeeld van direct contact is je huisdier dat gebeten wordt door een geïnfecteerde wasbeer. Speeksel van de geïnfecteerde wasbeer zal je huisdier infecteren door de beetwond.
Aerosolen verwijzen naar fijnedruppels die in de lucht worden verspreid. Bijvoorbeeld, als een geïnfecteerde wasbeer niest of hoest in de nabijheid van je huisdier en je huisdier de aerosolen inademt, kan je huisdier geïnfecteerd raken met hondesiekte. Hondesiekte kan ook worden uitgescheid in lichamelijke verontreinigingen zoals urine en uitwerpselen. Als je huisdier rond snuift bij geïnfecteerde urine of uitwerpselen, wordt het virus ingeademd en begint te repliceren.
Zodra je huisdier het hondesiektevirus inademt, zullen de macrofagen van je huisdier het virus omhullen. Macrofagen zijn bloedcellen die vreemde indringers binnen moeten halen en vernietigen. Echter, bij hondesiekte wordt het virus niet ingenomen en vernietigd. In plaats daarvan gebruikt het virus de macrofagen als een manier om het lichaam van de gastheer te gebruiken om meer van het virus te produceren. Binnen een dag migreert het virus naar de longen van je huisdier en blijft migreren door het lichaam. Binnen een week begint je huisdier tekenen van hondesiekte te tonen, wat kan omvatten koorts, lusteloosheid, ernstige diarree en braken.
Door de kans van je huisdier om in contact te komen met wilde wasberen te verminderen, kun je de mogelijkheid van hondesiektetransmissie minimaliseren. Volgens de Animal Health Channel lopen honden die niet geïmmund zijn een groter risico om hondesiekte te ontwikkelen van wilde vleeseters of andere niet-geïmmunde honden. Goed afsluiten van vuilnisbakken kan voorkomen dat nieuwsgierige en hongerige wasberen je vuilnis plunderen. Je huisdieren niet buitens voeren of de voerbak na het eten binnen halen kan helpen om nauw contact met wasberen te voorkomen.