Huisdieren
Volgens de American Animal Hospital Association (AAHA) heeft een lopende studie aan de Universiteit van Californië-Berkeley aangetoond dat 62% van de honden tussen 11 en 16 jaar één of meer tekenen van CDS vertoont. CDS is geen nieuwe ziekte, maar is pas recentelijk erkend als de oorzaak van veel leeftijdsgerelateerde klachten die voorheen als 'normaal' bij oudere honden werden beschouwd. Een bezoek aan de dierenarts kan helpen bepalen of gedragsveranderingen door CDS of een andere aandoening veroorzaakt worden. Een eigenaar kan zich goed voorbereiden door een dagboek van het gedrag van haar hond bij te houden.
De symptomen van CDS zijn niet vastgelegd. Een hond kan een paar of alle symptomen vertonen, daarom is het belangrijk alle andere oorzaken voor bepaalde gedragingen uit te sluiten voordat CDS gediagnosticeerd wordt. Veelvoorkomende symptomen:
De enige manier om CDS te diagnosticeren is alle andere oorzaken voor afwijkend gedrag uit te sluiten, omdat CDS alleen via observatie gedetecteerd kan worden. Sommige uitsluitingen: hypo- of hyperthyreoidisme, nierziekte, artritis en andere oorzaken van gehoor- en gezichtsverlies. Na uitsluiting wordt de hond op een proefperiode met medicijnen gezet om te zien of de gedragsveranderingen verbeteren of verdwijnen. De hond moet helderder worden en meer op zichzelf lijken zodra de CDS-medicijnen starten.
De behandeling van CDS berust uitsluitend op medicijnen. Visolie kan helpen de aanvang van CDS uit te stellen en dient als toevoeging aan de behandeling. Het belangrijkste middel is selegiline. Selegiline verhoogt de hoeveelheid dopamine in de hersenen, wat de hersenfunctie verbetert. Selegiline werkt niet bij alle honden, maar kan duidelijke verbeteringen teweegbrengen: duidelijker denken, terugkeren naar interactie met familie, meer onthouden en de laatste levensjaren genieten. Andere middelen vallen onder neutraceutica, zoals een SAM-e product.
In tegenstelling tot Alzheimer, verkort CDS de levensduur van de hond niet. Echter, CDS niet behandelen met medicijnen maakt het voor de familie moeilijker om met de oudere hond om te gaan, wat waarschijnlijk leidt tot euthanasie op een eerder moment dan als de hond behandeld was.