Huisdieren
De urine-pH van een hond varieert van dag tot dag. De nieren regelen elektrolyten en zuur-basebalans op basis van dieet en beweging. Een afwijkende pH-waarde op zich hoeft geen probleem te betekenen, maar in combinatie met andere symptomen moet je je hond laten controleren op urineweginfecties, stenen en kristallurie.
Urine van 7,0 is neutraal. Alles eronder is zuur. Een gezonde hond die één hoofmaaltijd per dag krijgt (in plaats van 2-3 keer), heeft meestal zuure urine. De pH mag niet veel lager zijn dan 6,2. Onder 6,0 kan wijzen op een systeemprobleem.
Boven 7,0 is basisch. Een dieet rijk in koolhydraten (veel graan) kan basische urine veroorzaken. Sommige medicijnen ook. Consistent basische urine kan wijzen op een urineweginfectie. Sommige bacteriën die urineweginfecties en nierinfecties veroorzaken, produceren een enzym dat urine basisch maakt.
Consistent basische urine kan ook nierstenen (kristallen) betekenen. Sommige nierstenen worden veroorzaakt door overmatig gebruik van sulphonamide-antibiotica. De nieren kunnen ook bicarbonaat niet meer heropnemen, wat basische urine geeft.
Diagnose van nierstenen/kristallen: pH-meting urine, gevolgd door röntgenfoto's. Er zijn geen uiterlijke symptomen totdat de hond een steen afscheidet – een pijnlijk en bloedig proces.
Behandeling richt zich op de onderliggende oorzaak. Bij basische urine: risicofactoren wegnemen, urinevolume verhogen via dieetverandering en soms medicamenteuze therapie.