Huisdieren
Wanneer een hond geen insuline kan aanmaken of plotseling de insuline die het produceert niet meer kan verwerken, heeft hij diabetes. Als een hond al het syndroom van Cushing of een hormoontekort heeft, kan hij ook diabetes krijgen. Diabetes is geen doodvonnis bij honden. Canine diabetes kan behandeld worden met insuline-injecties, dieetveranderingen, regelmatige beweging. Teven met diabetes moeten gesteriliseerd worden.
Volgens 'ASPCA Complete Guide to Dogs' (Sheldon L. Gerstenfeld, VMD, 1999), zijn overgewichtige teven ouder dan zes jaar het meest vatbaar voor diabetes. Het vermeldt ook dat sommige rassen om een onbekende reden meer geneigd zijn om diabetes te krijgen. Deze rassen omvatten dachshonden, Dobermanns, cocker spaniels, golden retrievers, poedels en de Samojede.
Volgens 'The Veterinarians' Guide to Your Dog's Symptoms' (Michael S. Garvey, DVM, Et all; 1999), is het gebruikelijke eerste symptoom van diabetes een enorme toename in dorst. De hond zal altijd rond de waterkom hangen, om veel meer water dan normaal smeken. Als gevolg zal de hond ook vaker plassen.
De volgende symptomen kunnen variëren van hond tot hond, maar de meest voorkomende zijn verhoogde eetlust, plotselinge gewichtsverlies, veel meer overgeven dan normaal en ontwikkeling van grijze staar. De hond kan ook lijken makkelijk moe en depressief te zijn. Dingen die de hond normaal opwindden, kunnen weinig reactie opwekken.
Volgens 'Dog Owner's Home Veterinary Handbook' (Debra M. Eldredge, DVM, et all; 2007), zal een hond in een gevorderd stadium van diabetes bijna alle eetlust verliezen, frequent overgeven, constant uitput zijn, coördinatieproblemen hebben en uiteindelijk in een coma vallen. Hij zal een vergrote lever hebben en vatbaar zijn voor elke ziekte op te lopen.
Helemaal tijdens de achteruitgang van de hond, is er een risico op gevaarlijke dehydratatie. Wanneer de hond insuline niet kan verwerken (om welke reden dan ook), scheidt hij een grote hoeveelheid glucose uit in de urine. Glucose stimuleert een hond ook om vaker te plassen. Hoe meer glucose in de urine, hoe vaker de hond moet plassen. Uiteindelijk kan de hond niet genoeg vocht innemen om in leven te blijven. Juiste behandeling lost dit probleem op.