Veel dieren gebruiken galm om te navigeren, voedsel te vinden of prooien te lokaliseren:
- Vleermuizen: Gebruiken echolocatie om te navigeren en insecten te vangen.
- Dolfijnen: Gebruiken klikgeluiden om onder water te jagen.
- Walvissen: Sommige soorten gebruiken geluidsbundels om prooien te verdoofden.
- Spitsmuizen: Navigeren door donkere tunnels met hoge frequentie klikgeluiden.
- Vogels: Olievogels en ringstaren gebruiken echolocatie in grotten.