Huisdieren
Honden hebben te maken met een breed scala aan biotische factoren, waaronder:
• Soortgenoten (andere honden): Sociale interactie, spel, paring, dominantie.
• Prooidieren: Eekhoorns, konijnen of vogels, afhankelijk van ras en training.
• Concurrenten: Andere dieren die concurreren om voedsel, water of territorium.
• Parasieten: Vlooien, teken, houtworm, rondwormen.
• Commensale organismen: Bacteriën die op of in honden leven zonder schade.
• Voedselbronnen: Fruit, groenten of grassen.
• Schuilplaats: Schaduw of bescherming door planten.
• Medische toepassingen: Sommige planten hebben geneeskrachtige eigenschappen voor honden.
• Bacteriën: Nuttige en schadelijke bacteriën op huid, in darmen en omgeving.
• Virussen: Rabies, hondenziekte, parvovirus.
• Schimmels: Ringworm en andere schimmelinfecties.
• Gezelschap: Socialisatie en zorg.
• Voedsel en onderdak: Verstrekking van noodzakelijke zaken.
• Training en socialisatie: Leren omgaan met anderen.
• Medische zorg: Vaccinaties, medicatie en behandeling.
De specifieke biotische factoren waar een hond mee te maken krijgt, variëren per ras, omgeving en levensstijl.