Huisdieren
Het gebruik van microchips is populair geworden bij huisdieren om ze te kunnen terugvinden en identificeren als ze verdwenen zijn. Microchips zijn minuscule elektronische apparaten die in glazen cylinders worden geplaatst. Elke chip krijgt een unieke identificatiecode en komt in een database. Dierenasielen en dierenartsen hebben toegang tot deze codes om vermiste dieren te identificeren en terug te brengen naar hun eigenaren. Er zijn zowel voor- als nadelen aan deze apparaten.
Vanwege de overbevolking van honden en katten raken dierenasielen vaak overvol, wat leidt tot euthanasie. Een van de voordelen van microchips is dat ze veel van deze euthanasies kunnen voorkomen, omdat de eigenaar sneller wordt gevonden en het dier terugkeert. De database voor gechipte huisdieren is landelijk, wat hereniging makkelijk maakt, zelfs als het dier ver van huis is geraakt.
Oorspronkelijk waren microchips extreem duur. Nieuwere ontwerpen zijn aanzienlijk goedkoper. Bovendien worden de chips eenvoudig net onder de huid bij het oor geïmplanteerde. De apparaten bestaan voornamelijk uit silicium en zijn niet groter dan een korrel rijst.
Er zijn rapporten van dieren met microchips die tumoren en kanker ontwikkelden. Volgens Keith Johnson, toxicologisch patholoog bij Dow Chemical Company, zijn de transponders in de chips de oorzaak. Studies tussen 1996 en 2006 in veterinaire en toxicologische tijdschriften toonden aan dat laboratoriumratten en muizen die geïmplanteerd waren met microchips, soms maligne tumoren ontwikkelden, vaak omringend de implantaten.
Omdat veel bedrijven microchips produceren en verkopen, zijn niet alle systemen compatibel. Als een chip wordt uitgelezen met een ongeschikte scanner, loopt het dier het risico op misidentificatie of helemaal niet herkend te worden. In dat geval is de kans groot dat het dier niet thuiskomt, maar geëuthanaseerd wordt.