Mensen en dieren delen het basiedoel van zuurstof- en kooldioxide-uitwisseling, maar hun ademhalingssystemen verschillen in structuur en functie:
Structurele verschillen
- Longen: Mensen hebben twee longen, sommige dieren hebben er één of meerdere.
- Middelrif: Mensen hebben een spierige middenrif die thoracale en abdominale holte scheidt. Niet alle dieren bezitten een middenrif.
- Sinussen: Mensen hebben met lucht gevulde sinussen in de schedel; de meeste dieren missen deze structuren.
Functionele verschillen
- Ademhalingsfrequentie: Kleinere dieren hebben over het algemeen hogere ademhalingsfrequenties dan grotere dieren door metabolische verschillen.
- Ademhalingsmodus: Mensen zijn primair neusademers. Sommige reptielen en amfibieën gebruiken zowel naas- als mondademhaling afhankelijk van de omgeving.
- Ademhalingsmechanismen: Vissen gebruiken kieuwen, amfibieën kunnen door hun huid ademen, en vogels hebben luchtzakken die efficiënte ademhaling tijdens vlucht ondersteunen.
- Omgevingsadaptaties: Kameelen hebben bijvoorbeeld gespecialiseerd hemoglobine om droge omstandigheden aan te kunnen.
Over het algemeen variëren anatomische structuren en ademhalingsmethoden wijd tussen soorten gebaseerd op evolutionaire aanpassingen en habitat.
Met betrekking tot honden