Huisdieren
Kauwen trekken voornamelijk door de beschikbaarheid van voedsel en om harde winteromstandigheden te ontvluchten.
Voedselbeschikbaarheid: Kauwen zijn voornamelijk insecteneters, die insecten, bessen en vruchten eten. Tijdens het broedseizoen in de noordelijke delen van hun Verbreidingsgebied is voedsel overvloedig. Naarmate de winter nadert, wordt voedsel schaars door koudere temperaturen en verminderde insectenactiviteit. Daarom trekken kauwen naar het zuiden naar warmere gebieden waar voedsel overvloediger is, zoals de Mediterrane regio, Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Harde winteromstandigheden: Kauwen zijn niet goed aangepast aan extreme kou en sneeuw. Ze zijn kleine vogels met een hoog oppervlakte-volumeverhouding, wat ze vatbaar maakt voor warmteverlies. Sneeuwbedekking kan het ook moeilijk maken om toegang te krijgen tot voedsel. Door naar het zuiden te trekken, vermijden ze deze harde omstandigheden en vinden ze meer geschikte habitats voor overleven.