Huisdieren
Vandaag eten honden een verscheidenheid aan commerciële en thuisbereide diëten met een wijd scala aan ingrediënten en kwaliteitsniveaus. Door de geschiedenis heen hebben hondendieetten veranderd, op zowel gezonde als ongezonde manieren. Het hondendieet van de vroege 1900s had andere kenmerken dan die van de late 1900s en latere periodes.
Voordat commercieel diervoer bestond, stonden honden voornamelijk op prooi vangen en tafelrestjes van mensen. In de 1890s verscheen de eerste vorm van een commercieel item toen de Amerikaan James Spratt met zijn hond naar Engeland reisde. Tijdens de reis kreeg zijn hond scheepsbeschuit te eten, een ongeliefd item onder zeelieden. Spratt concludeerde dat het niet goed genoeg was voor zijn behaarde vriend en besliste iets beters te formuleren. Zijn nieuwe hondenkoekje bevatte tarwe, groenten, bietwortel en gedroogd vlees.
Na de aangepaste scheepsbeschuit op de markt kwam, introduceerde F.H. Bennett in 1907 het eerste botvormige koekje, de 'milk bone'. Koekjes waren al populair in Europa en de VS, en deze items booden een nieuwe draai op een bekend product, gericht op honden. Naast deze nieuwe commerciële producten bestonden honden dieetten nog steeds voornamelijk uit tafelrestjes, organen en overige restjes. De prevalentie van commercieel diervoer nam toe rond de eeuwwisseling.
In de jaren '20 begon Ken-L-Rations met het inblikken van paardenvlees voor hondenvoer. Toen was paardenvlees een rijkelijke en goedkope optie. Toen de VS in de Tweede Wereldoorlog ging, werd witmetaal steeds duurder en niet meer als blikmateriaal gebruikt. De paardenvoorraad nam ook af en de overschot verdween. Rond die tijd bracht Purina, een veevoederfabrikant, gekibbeld hondenvoer op de markt.
Het diervoerbusiness is sindsdien geëxplodeerd, net als productkeuzes: blik, droog, rauw, biologisch, vulstof- en conservansbeladen voeders. Er is nu meer bekend over diervoeding dan in de 1900s. Soms vertaalt dat zich in beter voer; soms niet. Voordat de markt verzadigd was met commerciële producten, likten honden van de vroege 1900s en omliggende periodes hun tafelrestjes en wilde dieren op, met af en toe een scheepsbeschuit, milk bone of blikje paardenvlees.