Huisdieren
Spuiten op bepaalde plekken in huis, alsook urineren buiten de kattenbak, zijn twee van de meest voorkomende gedragsveranderingen die een kat kan ondergaan. Het is belangrijk om te noteren dat dit gedrag soms een bijwerking is van een medische aandoening. Aandoeningen zoals hyperthyreoidisme, arthritis, feliene lager urineweginfecties, leverziektes of nierziektes kunnen alle bijdragen aan een plotselinge onwilligheid de kattenbak te gebruiken.
Stress is een veelvoorkomende oorzaak van een kat die op andere plekken dan de kattenbak urinereert, plotseling schuw wordt om mensen die ze kennen, en niet of nauwelijks eet. Meestal wordt een kat gestrest wanneer hun routine plotseling verandert. Als je net verhuisd bent, als een nieuwe persoon is ingezogen, of als een persoon die de kat liefheeft is uitgezogen, dan zijn dit alle mogelijke oorzaken van deze gedragsverandering. In zo'n situatie moet de kat langzaam geïntroduceerd worden aan de omgeving of de nieuwe persoon, terwijl constant verzekering wordt gegeven in de vorm van liefde.
Agressie kan vaak veroorzaakt worden door een medische aandoening die de kat pijn doet, zoals arthritis, of een ziekte die het zenuwstelsel beïnvloedt. Daarnaast, als de kat moeite heeft met horen of zien, kan die frustratie zich uiten in agressie.
Een kat kan ook agressief worden als een ander dier in huis komt, vooral als dat andere dier een andere kat of een klein dier is. Als dit de bron van de agressie wordt gedacht, moet het nieuwe dier langzaam in het huishouden geïntroduceerd worden terwijl altijd begeleid wordt. Na verloop van tijd moeten de nieuwe kat en de oude kat grenzen vestigen op hun eigen voorwaarden als dat mogelijk is.
De kat moet naar de dierenarts gebracht worden om te bepalen of er onderliggende ziekten de oorzaak zijn van de gedragsveranderingen. Als de kat een medische aandoening blijkt te hebben, leidt het behandelen van de aandoening meestal tot een verbetering van het gedrag.