De mond van een kat bevat gespecialiseerde structuren voor grijpen, scheuren en verzorgen:
- Bovenste snijtanden: kleine, penvormige tanden die gedeeltelijk door het tandvlees bedekt kunnen zijn of ontbreken.
- Onderste snijtanden: vergelijkbaar in grootte en vorm.
- Hoektanden: vier lange, puntige kiezen; bovenste hoektanden zijn groter dan onderste.
- Voorkaaktanden: vier boven en vier onder; bovenste voorkaaktanden worden carnassials genoemd voor het scheuren van vlees.
- Kiezen: twee in de bovenkaak en één in de onderkaak.
- Tong: bedekt met papillen voor het grijpen van voedsel en het verzorgen van de vacht.
- Hemel: weefsel dat de mondhemel bekleedt en voedsel smerend maakt.
- Frenulum: vouw die de tong verbindt met de mondbodem.
- Tandvlees: zachte weefsels rond de tanden, bezaaid met bloedvaten en zenuwen.
Met betrekking tot katten