Huisdieren
Katten hebben geen specifieke symbolische betekenis in het traditionele boeddhisme. Er is geen prominente kattenfiguur in de boeddhistische mythologie of geschriften.
Katten kunnen echter worden geïnterpreteerd door de lens van boeddhistische leringen:
* De vergankelijkheid van het leven: Katten zijn, net als alle levende wezens, onderworpen aan de cyclus van geboorte, dood en wedergeboorte. Hun speelse aard en vluchtige levens kunnen worden gezien als een herinnering aan de vergankelijkheid van alle dingen.
* De cyclus van Samsara: De cyclus van wedergeboorte (Samsara) in het boeddhisme houdt in dat je vasthoudt aan verlangens en gehechtheden. Cats 'streven naar plezier, met name in de vorm van voedsel en spel, kan worden gezien als een metafoor voor deze gehechtheid aan wereldse verlangens.
* Het belang van compassie: Hoewel katten niet inherent symbolisch zijn voor compassie, kan hun speelse aard een gevoel van amusement en luchthartigheid inspireren, kwaliteiten die kunnen bijdragen aan een meer medelevende kijk.
Uiteindelijk staat de betekenis van een kat binnen het boeddhisme open voor individuele interpretatie op basis van iemands eigen begrip en ervaringen. De sleutel is om na te denken over de kwaliteiten van de kat en hoe ze zich kunnen verhouden tot de bredere boeddhistische leringen over vergankelijkheid, karma en het pad naar verlichting.