De oogkleur van een kat wordt bepaald door de hoeveelheid en verdeling van melanine, een pigment dat ook bijdraagt aan huid- en haarkleur. Zo werkt het:
- Genetica: Oogkleur wordt primair bepaald door genen, specifiek die betrokken bij melanineproductie.
- Melanineproductie: Twee soorten melanine, eumelanine (bruin/zwart) en feomelanine (geel/rood), zijn verantwoordelijk voor oogkleur.
- Meer eumelanine: Katten met meer eumelanine hebben donkerdere oogkleuren, zoals bruin, zwart of groen.
- Meer feomelanine: Katten met meer feomelanine hebben lichtere oogkleuren, zoals geel of oranje.
- Verdeling van melanine: De verdeling van melanine in de regenbooghuid speelt ook een rol.
- Genetica en ras: Specifieke kattenrassen zijn bekend om bepaalde oogkleuren. Bijvoorbeeld: Siamezen hebben vaak blauwe ogen.
Leuk feitje: De oogkleur van een kat kan zich gedurende het leven iets veranderen, met name tijdens de jeugd. Dit komt doordat de hoeveelheid melanine in de regenbooghuid kan blijven ontwikkelen.
Kort samengevat:
- Meer eumelanine = donkerdere ogen
- Meer feomelanine = lichtere ogen
- Genetica en ras spelen grote rol
- Oogkleur kan zich iets veranderen gedurende het leven