Huisdieren
Een paard op de juiste manier leiden houdt zowel jou als het paard veilig.
Vang je paard.
Doe een halster om je paard.
Houd het leidtouw in je rechterhand ongeveer 30 tot 45 cm onder de karabijnhaak. Houd de rest van het leidtouw in je linkerhand.
Loop met je paard aan de nabije (linker) kant.
Laat ten minste 30 cm ruimte tussen jou en het paard.
Houd je schouder tussen de schouder van het paard en zijn hoofd.
Klik, zoen of zeg tegen je paard 'Loop'.
Kijk vooruit terwijl je loopt, kijk niet naar je paard (het is een teken van agressie dat het paard kan verschrikken of doen weglopen).
Trek aan het leidtouw als het paard sneller loopt of probeert weg te lopen.
Zeg af en toe tegen je paard 'Whoa' om er zeker van te zijn dat hij let. Laat hem niet weg lopen; laat hem stoppen. Aaie en prijs hem om goed gedrag te versterken.
Behoud te allen tijde de controle over je paard.