Paarden jonger dan een jaar heten veulens. De hartslag van een veulen is een belangrijke meting om de gezondheidsstatus van het dier direct na de geboorte te bepalen. De normale frequentie moet in een bereik van 40 tot 90 slagen per minuut liggen direct na de geboorte. Een frequentie van 70 tot 200 slagen per minuut wordt als normaal beschouwd tot het eerste uur na de geboorte. De hartslag zou zich daarna moeten vestigen op 70 tot 120 slagen per minuut tijdens de eerste 48 uur na de geboorte. Na ongeveer drie maanden moet de hartslag stabiel liggen op ongeveer 46 slagen per minuut. Er zijn verschillende manieren om de hartslag van een veulen te meten.
Benodigdheden
Instructies
- Raak de huid van het veulen aan door je handpalm onder het laagste punt van de kaakbot te plaatsen, recht onder de wang aan beide kanten van het hoofd. Je kunt dit ook net boven het voetgewricht aan een van de voorpoten of naast de staartbasis doen. Voel de hartslag van het veulen. Het is onmogelijk de hartslag van een ongeboren veulen te voelen.
- Laat je handpalm op dezelfde plek op de huid van het veulen. Na het voelen van de pols, tel het aantal hartslagen in een tijdspanne van 20 seconden. Vermenigvuldig het aantal hartslagen met drie. Dit geeft je een nauwkeurige telling per minuut.
- Plaats het borststuk van een stethoscoop op de onderbuik van het veulen naast zijn linkerpoot op het dichtstbijzijnde punt naar zijn hart. Tel het aantal hartslagen over een tijdspanne van 20 seconden en vermenigvuldig het gemeten aantal met drie. Deze methode kan gebruikt worden als geen hartslag tastbaar is met de hand. Een ongeboren veulens hartslag kan soms bepaald worden met een stethoscoop, met name wanneer de merrie het veulen vooruit draagt. De hartslag van het veulen zou ongeveer 20 slagen sneller moeten zijn dan die van de merrie en iets lichter klinken.