Huisdieren
De ziekte van Cushing, ook wel Cushing-syndroom, hyperadrenocorticisme of Equine Pituitary Gland Hyperplasia (EPGH) genoemd, is een aandoening van de hypofyse die de hormonen van de pony aantast. Het kan voorkomen bij alle paardenrassen, evenals bij honden en mensen. Pony's zijn gevoeliger voor de ziekte dan andere paarden, vandaar dat wordt gedacht dat genetica een rol speelt. Eenmaal juist gediagnosticeerd, wordt de pony met de ziekte van Cushing de rest van zijn leven behandeld met medicijnen, en als Cushing wordt opgespoord voordat de symptomen te ernstig worden, is de prognose voor de pony vrij goed. Het is belangrijk om de symptomen van Cushing te herkennen zodat je pony getest kan worden.
Het meest klassieke symptoom van Cushing is een lange vacht bij de pony met golvend haar; een vacht die de pony in de zomer niet kan afstoten. Dit ontwikkelt zich naarmate de ziekte van Cushing vorderd. Cushing maakt ook de spieren zwakker, zodat de pony gewicht verliest en zwakkere buikspieren ervoor zorgen dat hij een bultbuik ontwikkelt.
Een pony met Cushing zal ook meer voedsel en water eten en drinken. De pony zal echter blijven afvallen. Omdat hij meer water drinkt, zal hij ook vaker urineren.
Hoefbevinding is een zeer veelvoorkomend gevolg van Cushing. Hoefbevinding is een pijnlijke ontsteking van de voeten van paarden die kreupelheid veroorzaakt. Pony's met Cushing hebben vaak chronische hoefbevinding die moeilijk te behandelen is totdat de Cushing wordt behandeld.
Een pony met Cushing zal ook lethargisch beginnen te worden. Zijn algemene houding zal erg dof en zwak zijn. De pony zal ook vaak koorts hebben of gemakkelijk zweten. Het lijkt alsof hij oud en traag wordt. De pony wil niet werken en kan in latere stadia mogelijk niet meer opstaan.
De hormonale disbalans bij een pony met Cushing tast ook het immuunsysteem aan, waardoor de pony gevoelig wordt voor veel andere aandoeningen. Dit kan longontsteking, sinusinfecties en terugkerende bacteriële, schimmelinfecties of parasitaire infecties omvatten. Wonden genezen ook langzaam, inclusief abcessen in de hoeven of tanden.