Huisdieren
Snaveladaptaties: Darwin merkte op dat de vinken op verschillende eilanden verschillende snavelvormen hadden, die waren aangepast aan verschillende voedselbronnen. Bijvoorbeeld, de bodemvinken op het eiland Floreana hadden lange, sterke snavels om zaden te kraken, terwijl de boomvinken op het eiland Española korte, scherpe snavels hadden om insecten te eten.
Geografische isolatie: Darwin erkende dat de verschillende eilanden van de Galapagos geïsoleerd van elkaar lagen, wat betekende dat de vinken op elk eiland onafhankelijk waren geëvolueerd. Deze isolatie stelde de vinken in staat om zich aan te passen aan hun specifieke omgeving zonder te kruisen met vinken van andere eilanden.
Natuurlijke selectie: Darwin realiseerde zich dat de verschillende snavelvormen van de vinken het resultaat waren van natuurlijke selectie, het proces waarbij bepaalde eigenschappen algemener worden in een populatie na verloop van tijd omdat ze beter aangepast zijn aan de omgeving. Bij de vinken stonden de snavels die het beste aangepast waren aan een bepaalde voedselbron de vogels die deze bezaten toe om succesvoller te overleven en zich voort te planten dan vogels met minder goed aangepaste snavels.
Deze waarnemingen leidden ertoe dat Darwin zijn theorie van evolutie door natuurlijke selectie ontwikkelde, die hij voor het eerst publiceerde in zijn boek "On the Origin of Species" in 1859.